door Cor Hospes, zoals geschreven en gepresenteerd op de IDOLS* Meetup van 12 december.

Mag ik u voorstellen, en u heeft ze vast allemaal al herkend. De coaches van Project IDOLS.

Daar links: ‘De terriër op het gebied van verbinding’. Verder, iemand die vruchtbare grond kweekt ‘om met aandacht te verbinden’. En kijk, daar, de coach die de ‘onvoorstelbare hamvraag’ durft te stellen.

Rechts van mij, dames en heren: de coach die duwen geeft ‘van het vooringenomen pad’. Een coach die ‘durft zoekende te zijn om het onderste boven water te halen’. Een coach die vraagt, luistert en voelt. Een coach met gevoel voor het ‘kloppend hart’, en een coach met het Fingerspitzengefühl voor ‘de hartslag’ van een project.

Dit is een goed stel hoor, zou een sportverslaggever zeggen.

Ze kunnen luisteren, verbinden, voelen, vertalen, ruimte geven, en een bal vooruit trappen. Maar ze hebben ook blinde vlekken. Weten ze. Omdat hun betrokkenheid zo groot is. Omdat ze gewend zijn in de inhoud te zitten. Omdat ze gewend zijn in the lead te zijn. En dan ineens, nu, moeten ze afstand nemen. Moeten ze toekijken, meekijken, vanaf de zijlijn.

‘Daar worstel ik mee. Dat voelt ongemakkelijk’. Zei een van hen.

En dat was misschien vanochtend wel de meest centrale vraag: ‘Hoe zichtbaar moet je zijn als coach, hoe actief moet je zijn als coach.’ Anders gesteld: ‘Mag ik openlijk zoekende zijn naar de rol van coach.’ Mag ik laten zien dat ik het soms ook niet allemaal weet. En wat is dan mijn toegevoegde waarde. Terwijl ja, verdorie, ‘ik word hier wel voor betaald. Kunnen ze mijn uren dan niet beter in het project zelf stoppen’.

Gek worden ze er soms van.

‘Mijn blinde vlek zit in die actie’, hoorde ik een coach zeggen. ‘Mijn handen jeuken. Dat irriteert ook. En ja, dat is vooral irritatie aan mijzelf. Een ander: ‘Mijn blinde vlek is dat leren. Die onduidelijkheid.’ Hoe zichtbaar moet je zijn als coach. Hoe actief moet je zijn als coach. Wat gebeurt er als ik niks doen?

Het antwoord?

Laat het gebeuren. Ga het ondervinden. Het gaat niet om jou als coach. Het gaat om het proces.

Want dat is het. Project IDOLS is een proces. Het is een experiment. Niet gestuurd op resultaat, want alleen zo creëer je ruimte. Aan de andere kant, ja, voor een experiment is de druk wel groot. Coaches mogen zoeken, maar er rust ook ‘een enorme verantwoordelijkheid’ op hun schouders.

Nog even voor de duidelijkheid. Het is de bedoeling dat door middel van project IDOLS de creatieve taart wordt vergroot. Dat creatieven straks bij complexe maatschappelijke vraagstukken al die McKinsey consultants van de vergadertafel vegen. Want de rol die de creatieve sector binnen dit soort maatschappelijke issues kan spelen, die resoneert direct. Bleek opnieuw tijdens de Dutch Design Week. Daar konden al die SG’s en DG’s van topsecoren kennisnemen van een Mantelzorg-simulator om te ervaren hoe het is om zorgbehoevend te zijn. Gemaakt door diezelfde creatieven. En echt, die SG’s en DG’s keken hun ogen uit. Ze zijn gewend te denken in rapporten en nog meer rapporten, en daar dan eindeloos over te lullen. En dan daarover weer rapporten te schrijven en dan daar dus weer uren over te lullen.

Maar dit, dit resoneerde direct.

Project IDOLS moet voor nog meer resonantie zorgen. Maar hoe gaat de creatieve industrie daarvoor zorgen? Hoe gaat die ervoor zorgen dat de overheid anders naar creatieven in relatie tot maatschappelijke complexe vraagstukken gaat kijken? Hoe gaat die ervoor zorgen dat er misschien een ‘permanent programma gaat komen’?

De coaches…..

Om Cruyffiaan te borgen: ‘Het is hun onverdienstelijke rol om niet onzichtbaar te zijn. Zodra jij je als coach een onmisbare positie bezorgt, dan gaat er iets fout.’

‘Wees de vertrouwenspersoon binnen het proces. Die wijze oom of tante die iedereen, goed geïnformeerd, in de gaten houdt en -wanneer noodzakelijk- een duwtje geeft in plaats van dat hij zelf verantwoordelijkheid neemt. Want pas op, dan ben je een projectleider. En dat is niet goed. Je bent belanghebbend, maar wel onmisbaar.

Tot zover de theorie.

Want opnieuw, ga daar maar eens aanstaan. Belanghebbend, maar wel onmisbaar. Hoe gaat zo’n wijze oom of tante opdrachtgevers nu en straks meenemen in die willingness to believe. Hoe gaat hij of zij opdrachtgevers overtuigen dat het met creatieven eigenlijk veel beter, sneller en vooral leuker kan.

De coaches moeten de weg voor de creatieven plaveien. Ze moeten zorgen voor professionalisering. Professionaliseerders zijn ze.

Nee, ook niet goed, geen wijze ooms of tantes, maar professionaliseerde projectfluisteraars zijn ze. Die in dienst staan van het vraagstuk, maar ook dienen bij te dragen aan het vraagstuk.

Ze creëren waarde. Maar welke waarde is dat? Welk bedrag staat er straks voor iedereen op de factuur? Die projectbegroting, klopt die eigenlijk wel? Wat leveren de coaches zelf op? Wat is hun nut. Ook daar moet een coach iets van vinden.

Ja coach, jij mag er zijn. Jij ook, terriër. Jij ook, hartslagopwekker, jij ook, hamvraagsteller….

Het is allemaal nieuw. Het is een real-time experiment. Terwijl we hier met elkaar zijn, nee, dit is niet echt, dit is ook een experiment. Deze voordracht is een experiment. Ik ben een experiment. Jij, ja jij, jij bent ook een experiment.

We gaan met z’n allen leren van dat experiment. Gaan leren van het proces. De kwaliteit van Project IDOLS zit in zoeken. Zit in het vinden.

Dus dat antwoord op die meest cruciale vraag van vanochtend: ‘Mag ik openlijk zoekende zijn?

Openlijk zoekende zijn. Dat geldt voor iedereen die meedoet aan dit project. Leg daarom al je zoekkaarten op tafel. Er is geen route. Toon gerust dat je het superspannend vindt.

Daarom dit statement. Daarom dit pleidooi voor openlijk zoeken. Zonder dat willen zoeken, zonder dat echt willen zoeken, kun je het niet vinden.

Durf te zoeken. En geef elkaar af en toe alsjeblieft een duwtje in de verkeerde richting.